Plekgedicht Brief aan een architect is te vinden op een zijgevel van een pand van het Wilhelminapark in Tilburg en is van Luuk Gruwez.
Het gedicht was gericht aan de architect die werkzaam was in het pand waarop het gedicht is bevestigd. Het gedicht is in verschillende glasplaten aan de zijmuur van het pand bevestigd.
De tekst van het gedicht Brief aan een architect is het volgende:
Bouwen, cher ami, het is een zaak
van sleutelgaten. Alles staat of valt ermee.
Vergeet desnoods een deur of twee, een over-
loop of een wc. Vergeet veranda, hal of trap.En ook een dak is niet vereist
want veel gastvrijer zijn de huizen zonder.
Maar zonder sleutelgat geen huis.
Door sleutelgaten blijkt pas echtwat van de een of van de ander,
wat binnen, buiten, hier of ginder is.
Zorg dus, mijn vriend, voor sleutelgaten.Ontwerp een huis met zoveel sleutelgaten
dat het nog amper zichtbaar is.
En gooi vervolgens alle sleutels weg.Let wel, mijn vriend, vertrouw, maar bouw niet roekeloos,
want ieder huis bevat het koken en het dromen,
het tobben en het foppen, het rijmen en beminnen.In ieder huis zit de gedachte aan een huis,
zeg maar een ander en een fraaier huis.
En ook bevat het soms (al moet je wel goed zoeken,al geeft het zich alleen na jaren prijs),
toch dient gezegd dat ieder huis het
instorten bevat. Wanneer je van je dak wiltvallen, is het derhalve wenselijk
dat enkel en alleen te doen
nadat het huis finaal is ingestort.Ergens, cher ami, moet er een huis bestaan
– misschien wel niet door jou ontworpen –
dat genereus zijn deuren voor mij opent
en mij met al zijn kamers welkom heet.Voor opluchting, gezucht of zegezang
om net bijtijds nog afgestroopte slips:
daartoe leent zich bij uitstek de wc.
Het lijkt alsof de zolder staat te popelen,
tot in zijn nok vervuld van jongensdromen.
En hoor hoe de champagneglazen rinkelen,
hoe enthousiast de beddenveren piepen.Maar werd niet ergens in een ranzig hok
een oud en onhoudbaar verdriet neergeploft?
En worden voor het diepe, voor het duistere,
voor het nietige vernielbare dat blijven wou,
niet onophoudelijk kelders gebouwd?
(En waar is, mensenlief, de geilheid gebleven?
De geilheid, meneer, die zozeer vergeefse,
de geilheid geeft nooit thuis.)Toch schort het hier en daar de muren aan memorie.
Toch is er nood aan nieuwe doden, jonge anekdoten.
De kamers vragen nog verlegen om hun samenhang.
Pas dan ontstaat er een eendrachtig huis.
Pas dan is het tijd voor intimiteit.
Laat mij dan wonen.
Over Luuk Gruwez
Luuk Gruwez geboren in Kortrijk op 9 augustus in 1953 is een Vlaams dichter, prozaïst en essayist. Gruwez volgde het middelbaar onderwijs in het Damiaancollege en Germaanse filologie aan de KULAK in Kortrijk. Gruwez’ werk wordt weleens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren 60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie.