Een historische straat in Tilburg
De Diepenstraat in Tilburg loopt van de Bredaseweg in zuidelijke richting tot het Korvelplein. De straat is vernoemd naar Johannes Hendricus Arnoldus Diepen (1815-1897), een invloedrijke figuur in de industriële en openbare sector van Tilburg.
Oprichting en officiële vaststelling Diepenstraat
In 1898 werd langs het Diepenstraatje een sloot gegraven, nadat de eigenaren toestemming hadden verleend. Twee jaar later, in 1900, werd de straat officieel vastgesteld door de gemeenteraad van Tilburg.
Het leven van Johannes Hendricus Arnoldus Diepen
Johannes Hendricus Arnoldus Diepen werd geboren op 11 juni 1815 in Tilburg. Hij was de zoon van Johannes Nicolaas Diepen en Maria Magdalena Adriana van der Voort. In zijn vroege jaren werkte hij samen met zijn broer George in de lakenfabriek van hun vader in ’s-Hertogenbosch. In 1835 werd hij aangesteld als directeur van de pas opgerichte firma Diepen, Dongewijk, die zich specialiseerde in vollerij, ververij en wolwassen. In 1845 werd hij mede-eigenaar van de Tilburgse fabriek aan het Korvel. De firma veranderde toen haar naam naar J.N. Diepen & Co.
Diepen speelde een sleutelrol in de groei van de fabriek, die in 1816 met 366 werknemers en 41 lakengetouwen de grootste wollenstoffenfabriek van Tilburg was. In 1827 werd de eerste stoommachine geïnstalleerd, kort na de introductie van stoomtechnologie in Tilburg.
Maatschappelijke betrokkenheid en erfenis
Johannes Hendricus Arnoldus Diepen bekleedde diverse belangrijke publieke functies in Tilburg, waaronder wethouder van onderwijs en lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant. Hij was getrouwd met Clémentine Marie Francisca Hermans en kreeg vijf kinderen. Diepen overleed op 20 juni 1897 op 82-jarige leeftijd.
Gedenksteen in de Diepenstraat
In de Diepenstraat is een gedenksteen voor Coba Pulskens te vinden. Coba Pulskens is geboren in 1884 en overleed in 1945. Ze is een van de bekendste figuren uit het Tilburgse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als verzetsheld bood ze onderdak aan Joden, verzetsleden en gestrande Geallieerde piloten. In juli 1944, enkele maanden voor de bevrijding van Tilburg, werd ze door de Duitsers gearresteerd. Ze werd naar concentratiekamp Ravensbrück gebracht, waar ze in februari 1945 werd vergast.

