Het Peerke Donderspark
Het Peerke Donderspark is een processiepark in Tilburg, dat bekendstaat om zijn religieuze en historische betekenis. Het park vormt samen met het gereconstrueerde geboortehuis van Peerke Donders, een kapel, monument en paviljoen een indrukwekkend complex. Dit is een belangrijke plek voor pelgrims en bezoekers die de geschiedenis van de Nederlandse missionaris willen herdenken.
Achtergrond van Peerke Donders
Petrus Norbertus Donders, beter bekend als Peerke Donders (1809-1887), werd geboren in de buurtschap Heikant, nabij Tilburg. Na zijn priesterwijding in 1841 vertrok hij naar Suriname, waar hij als kapelaan in Paramaribo werkte en later als pastoor op de staatsleprozerie Batavia. In de jaren die volgden maakte hij missiereizen naar de binnenlanden van Suriname. Na zijn overlijden in 1887 werd Donders in 1900 bijgezet in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in Paramaribo. In 1913 werd hij door paus Pius X eerbiedwaardig verklaard, wat het begin markeerde van zijn heiligverklaringsproces.
Het ontstaan van het park
Vanaf 1900 begonnen de redemptoristen grond rondom het geboortehuis van Donders te kopen. Pelgrims kwamen naar deze plek om Donders te eren en bezochten een put die als miraculeus werd beschouwd. In 1923 werd er een marmeren gedenksteen geplaatst op de plek waar Donders was geboren, gevolgd door de bouw van een kapel en de aanleg van een park. Later werden er kruiswegbeelden toegevoegd, en in 1933 werd het Peerke Dondersmonument opgericht. Dit monument is gemaakt door de beeldhouwer Karel Lücker.
Veranderingen en hedendaagse rol
In 1980 werd het park omheind vanwege vernielingen, en in 2009 werd het Peerke Donders Paviljoen geopend, dat fungeert als Museum voor Naastenliefde. Het park heeft een rustgevende sfeer, met lindes, paardenkastanjes en sierheesters, en de veertien kruiswegstaties zorgen voor een spirituele beleving. De staties, gemaakt van kunststenen figuren, bieden een visueel verhaal van het lijden van Christus, met de twaalfde statie die een calvarieberg en houten kruis bevat.




