Home » Coba Pulskens
Jacoba Maria (Coba) Pulskens werd geboren op 26 mei 1884 in Tilburg en groeide op in een arbeidersgezin. Na de lagere school en huishoudschool werkte zij bij Joodse diamantairsfamilies in Antwerpen, waar ze de Duitse bezetting meemaakte tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1931 ging zij werken bij de gemeente Tilburg. In 1942 vroeg haar broer Nicolaas Pulskens haar om onderduikers op te nemen, wat leidde tot haar betrokkenheid in het verzet.
Vanaf 1942 bood Coba Pulskens onderdak aan geallieerde piloten, Joden en verzetsmensen in haar huis aan de Diepenstraat 25. Haar woning was een belangrijke halte in de pilotenontsnappingsroutes vanuit Limburg en Twente. Ze werd hierbij geholpen door haar buren Anna en Sjef van Eerdewijk. In november 1943 trok ze zich tijdelijk terug uit het onderduikwerk, omdat de Sicherheitspolizei enkele verzetsleden had opgepakt. Desondanks werd ze in juli 1944 opnieuw benaderd door verzetsstrijdster Leonie van Harssel.
Op 9 juli 1944 viel de Sicherheitspolizei haar woning binnen en arresteerde drie geallieerde piloten, die op dat moment ondergedoken waren. Deze piloten, Nott, Carter en Walker, werden ter plekke geëxecuteerd. Coba Pulskens werd gearresteerd en overgebracht naar Kamp Vught, waarna ze naar het concentratiekamp Ravensbrück werd gedeporteerd. Daar werd ze vermoedelijk op 17 maart 1945 vergast.
Na de oorlog ontving Coba Pulskens postuum de Medal of Freedom in 1947 voor haar verzetswerk. Er zijn verschillende monumenten ter herdenking van haar en de geëxecuteerde piloten. In de gevel van haar voormalige woning werd in 1947 een gedenkteken onthuld, en de Coba Pulskenslaan in Tilburg herinnert aan haar leven en moed. In de Engelse plaats Coningsby is een gedenkplaat geplaatst door het Royal Air Force 83 Squadron. Tevens wordt Coba Pulskens in haar geboortestad herinnerd als een martelares die zich voor anderen opofferde, gedreven door een diepe christelijke overtuiging.