Home » Familie Moerel
Clara Visser werd op 16 december 1888 in Utrecht geboren als dochter van David Visser en Suzanna Poppers. Ze had een zus, Franciska Sophia, en een broer, Mozes Asser. Op 10 juni 1924 trouwde Clara met de weduwnaar Isaäk Prins. Na zijn overlijden werd zij vanaf februari 1941 huishoudster bij de arts Salomon Maurits Moerel. Op 29 augustus 1942 trouwde zij in Tilburg met Salomon Moerel. Clara werd stiefmoeder van zijn kinderen Caroline, Max (1914–1979) en Henri (1920–2012) en van de vier kinderen van Isaäk Prins.
Het gezin Moerel beschikte aanvankelijk over een ‘Sperre’, een voorlopige vrijstelling van deportatie, dankzij de functie van Salomon als penningmeester van de Nederlands-Israëlitische Gemeente Tilburg. Toen op 9 april 1943 de laatste Tilburgse Joden naar Westerbork en Vught werden gedeporteerd, dook het echtpaar onder. Van 19 april tot 12 augustus 1944 verbleven zij bij mevrouw Van Vugt aan de Celebesstraat 24, waar zij illegaal ondersteund werden. Door verraad werden Clara en Salomon op 12 augustus 1944 in Tilburg gearresteerd. Ze werden eerst naar Vught en vervolgens op 24 augustus naar Westerbork overgebracht (barak 67). Op 3 september 1944 werden zij gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij op 6 september 1944 werden vermoord. Clara Visser was 55 jaar. Haar stiefdochter Caroline was al op 25 januari 1943 in Auschwitz omgekomen, terwijl de stiefzonen Max en Henri ondergedoken wisten te overleven.
Ter herinnering aan Clara Visser, haar man Salomon Moerel en hun stiefdochter Caroline zijn op 24 november 2013 bij het huis aan de Tuinstraat 85 in Tilburg struikelstenen geplaatst. Deze stenen herinneren aan het leven en het tragische lot van het gezin Moerel.