Oorsprong en naamgeving
De Sint-Dionysiuskerk in Tilburg, beter bekend als de Heikese kerk, is gewijd aan de heilige Dionysius van Parijs. Deze bijnaam voorkomt verwarring met een gelijknamige kerk in de wijk ’t Goirke. De naam “Heike” verwijst naar de herdgang ’t Heike, waar in 1691 een schuurkerk stond, de voorloper van het huidige gebouw. De kerk maakt tegenwoordig deel uit van parochie De Goede Herder.
Historische ontwikkeling
De geschiedenis van de parochie gaat terug tot minstens 1232, toen hertog Hendrik I van Brabant de patronaatsrechten schonk aan de Abdij van Tongerlo. Reeds in de 13e eeuw werd gesproken over priesters als Frater Johannes. De band met de Norbertijnen werd later versterkt, mede dankzij invloedrijke Tilburgse families zoals Mutsaers. In 1648 werd de kerk door de hervormden gevorderd, waarna katholieken uitweken naar grenskerken, waaronder die in Steenvoort.
Gebouw en verbouwingen
In 1430 werd gestart met een gotische kerk, ingewijd in 1483. Na brand in 1595 werd ze herbouwd. In 1838 werd de huidige kerk ingewijd als neoclassicistische waterstaatskerk. De gotische toren bleef behouden maar werd in 1895 gerestaureerd en voorzien van een neogotische gevel door architect C.F. van Hoof. De hoofdingang toont een beeld van Dionysius door Piet van Tielraden.
Interieur en kunstschatten
De kerk bezit diverse waardevolle kunstwerken. Enkele hoogtepunten zijn twee 15e-eeuwse kandelaars, een schilderij van Johannes in disco en een Van Peteghem-orgel uit 1776. Het barokke hoogaltaar, vervaardigd door Willem Kerricx, werd in 1821 uit Antwerpen overgenomen. Dankzij schenkingen van Tilburgse notabelen werd het interieur in de 19e eeuw verder verfraaid.
