De ree (Capreolus capreolus) is een klein hert uit de familie van de hertachtigen. De zomervacht van het dier is zandgeel tot roodbruin, terwijl de wintervacht meer grijsbruin tot zwart is. Opvallend is de witte tot gelige rompvlek, die bij mannetjes in de zomer minder zichtbaar is. Het gewei van de reebok heeft meestal twee tot drie punten en groeit elk jaar opnieuw tussen oktober en januari. Volwassen reeën hebben een kop-romplengte van 95 tot 140 centimeter en wegen tussen de 16 en 35 kilogram.
Reeën zijn knabbelaren, wat betekent dat ze bladeren, scheuten, bessen en kruiden eten, maar geen gras grazen zoals andere herten. Ze zijn voornamelijk actief tijdens de vroege ochtend en late avond, en leven meestal solitair. Reebokken verdedigen hun territorium om toegang tot de beste leefomgeving en vrouwtjes te waarborgen. Reegeiten kiezen hun kalfplekken eveneens zorgvuldig, zodat deze niet overlappen met andere vrouwtjes. In de winter vormen reeën soms groepen, ook wel sprongen genoemd, om energie te besparen.
De bronsttijd valt in juli en augustus, maar door een verlengde draagtijd worden kalveren meestal pas in eind mei of begin juni geboren. Meestal gaat het om tweelingen, die bij geboorte 1,3 tot 2,3 kilogram wegen. De kalveren hebben aanvankelijk een bruine vacht met witte vlekken, die na enkele weken vervagen. Na ongeveer veertien maanden zijn jonge reeën geslachtsrijp, maar een nabronst kan dit vervroegen.
Belangrijke vijanden van de ree zijn de Euraziatische lynx, wolf en bruine beer. Jonge kalveren vallen ook ten prooi aan vossen, arenden en wilde katten. In Nederland zijn verkeer en loslopende honden de grootste bedreigingen. Jaarlijks komen zo’n vierduizend reeën om door aanrijdingen, waarvoor wildspiegels en andere maatregelen worden ingezet.
De ree komt voor in bijna geheel Europa en leeft bij voorkeur in bosrijke gebieden met open plekken en heidevelden. In Nederland zijn ze sinds 1875 buiten de Veluwe en Limburg uitgebreid aanwezig, mede door nieuw aangelegde bossen, en zijn tegenwoordig in vrijwel het hele land te vinden.