Home » S. Mozes
Mozes, Salomon (Amsterdam, 25 november 1899 – Sobibór, 16 juli 1943) was een verpleger en actief lid van de Tilburgse gemeenschap. Hij was zoon van Aäron Mozes en Martha Cohen en trouwde op 11 juni 1924 met Kaatje Zilverberg. Samen kregen zij drie kinderen, waarvan twee dochters, Martha en Roosje Salka, de oorlog overleefden.
Mozes werkte als verpleger in het Nederlands Israëlitisch Oude Mannen- en Vrouwen(zieken)huis in Amsterdam. In 1929 verhuisde het gezin naar Tilburg, waar Salomon begon als verbandmeester bij de medische dienst van de Centrale Werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen. In 1939 kreeg hij een vast contract als gediplomeerd verbandlegger. Naast zijn werk was hij betrokken bij het Groene Kruis en woningbouwvereniging Samenwerking, evenals bij de Nieuw-Malthusiaanse Bond, de voorloper van de NVSH. Door de Duitse bezetting werd hij uit bestuursfuncties verwijderd vanwege zijn Joodse afkomst.
Aanvankelijk had het gezin Mozes een voorlopige vrijstelling van deportatie vanwege zijn werk voor de Joodse Raad in Tilburg. Deze ‘Sperre’ verviel echter in april 1943. Op 9 april 1943 werden Salomon en zijn gezin naar kamp Vught gebracht. Zijn vrouw Kaatje, jongste dochter en pleegzoon werden op 7 juni 1943 via Westerbork naar Sobibór gedeporteerd en onmiddellijk vermoord. Salomon zelf werd op 3 juli 1943 overgebracht naar Westerbork en op 13 juli 1943 gedeporteerd naar Sobibór, waar hij op 16 juli 1943 werd vermoord.
Salomon Mozes wordt herdacht met struikelstenen voor het huis aan de Waterhoefstraat 63 in Tilburg, gelegd op 7 april 2019. Daarnaast staat zijn naam op een plaquette voor omgekomen NS-medewerkers in Tilburg. Zijn verhaal blijft belangrijk om de herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog levend te houden en hun bijdragen aan de samenleving te eren.